Een belangrijk doel dat het kabinet gesteld heeft, is om de eiwitketen te verduurzamen en ons land minder afhankelijk te maken van de import van eiwitgewassen. Op dit moment importeren we soja van over de gehele wereld. We verwerken het in verschillende voedingsmiddelen én voor veevoer. Zijn de noordelijke provincies de aangewezen regio om te voorzien in deze teelt van eiwitgewassen? En kunnen we daarin een centrale rol vervullen in de Nederlandse keten? Welke kansen liggen voor, maar ook wat houdt ons tegen?
Er gebeurt veel met eiwitgewassen in Nederland. Recent is in Noord-Nederland een Green Deal gesloten met de ambitie om het Nederlands soja-areaal in enkele jaren te verhogen naar 10.000 hectare. Een stevige doelstelling: vorig jaar werd de peulvrucht op 190 hectare verbouwd, dit jaar is slechts 140 hectare ingezaaid. Ook de omzet in peulvruchten (als conserven of vleesvervangers), noten en plantaardige alternatieven voor zuivel is geëxplodeerd. Supermarktketens en producenten hebben hun krachten gebundeld onder de noemer ‘de Green Proteïn Alliance’. Kansen genoeg, maar de ervaring leert ook dat dit niet van zelf gaat.
De crux lijkt niet te zitten in de bereidheid van ondernemers, maar in het vinden van een gezond businessmodel dat ook op langere termijn rendeert. Onafhankelijk van subsidies of ondersteuning uit Brussel. Anders gezegd: hoe verkopen we soja en andere eiwitgewassen? Aan telers, verwerkers, maar vooral aan de consument